“In een perfecte wereld zouden we allemaal pantheïsten zijn.”

De hemel weet hoe…

Terwijl ik op zoek was naar inspiratie voor mijn volgende blog over de aard van de mens in relatie tot het humanisme, kwam ik uiteindelijk uit op de laatste strofe van Nijhoffs gedicht ‘Het uur U’.

Hoe mooi anders, ach, hoe mooi

zijn bloesems en bladertooi. –

Hoe mooi? De hemel weet hoe.

Maar dat is tot daaraantoe.

En hoe mooi is die derde regel eigenlijk? “Hoe mooi? De hemel weet hoe.” Misschien zit juist daarin de kracht: in het erkennen dat er vragen bestaan die groter zijn dan ons begrip. Dat de mens altijd blijft zoeken naar betekenis, naar samenhang, naar een verklaring voor het wonderlijke feit dat we er überhaupt zijn.

Maar wat is eigenlijk een perfecte wereld? En bestaat zo’n wereld überhaupt? De titel van het artikel lijkt een opmerkelijke suggestie te doen: dat juist het theïsme — het geloof in één god die boven de wereld staat — ons misschien verwijdert van een perfecte wereld. Alsof het idee van een transcendente God, een God die buiten ons staat en van bovenaf toekijkt, ons afleidt van het inzicht dat we zelf onderdeel zijn van de werkelijkheid.

Misschien ligt daar ook de betekenis van de uitspraak: “In een perfecte wereld zouden we allemaal pantheïsten zijn.”

Niet omdat iedereen dezelfde religieuze overtuiging zou moeten hebben, maar omdat het pantheïsme een ander uitgangspunt biedt: niet de scheiding tussen mens en natuur, tussen schepper en schepping, tussen het goddelijke en het aardse — maar juist de verbondenheid van alles wat bestaat.

Wanneer we deze gedachte verbinden met de filosofie van Baruch Spinoza, wordt het perspectief duidelijker. Hoewel het begrip pantheïsme in zijn tijd nog niet bestond, kwam Spinoza tot een gedachte die daar sterk mee overeenkomt: God en natuur zijn één.

Spinoza zag God niet als een wezen dat ergens buiten de werkelijkheid bestaat, als een hogere macht die de wereld bestuurt en ingrijpt wanneer de mens afdwaalt. God staat niet buiten de natuur en kijkt niet van een afstand toe. God ís de natuur.

Alles wat bestaat maakt deel uit van die ene werkelijkheid: mensen, dieren, planten, bomen, sterren, stenen — alles wat leeft en alles wat is. Het goddelijke zit niet alleen in ons, maar in alles om ons heen.

God is niet boven ons. God is in ons. En ook buiten ons. Een immanente God: aanwezig in de wereld zelf.

Voor mij is dat inmiddels een vanzelfsprekend inzicht geworden. Niet als een gemakkelijk antwoord op alle vragen, maar juist als een besef dat een enorme verantwoordelijkheid met zich meebrengt. Want als het goddelijke niet buiten ons gezocht hoeft te worden, betekent dat ook dat wij zelf verantwoordelijkheid dragen voor de wereld waarin we leven.

Wij maken onze wereld. En wij kunnen haar ook vernietigen.

Daar hebben we geen transcendente God voor nodig. Geen hogere macht waaraan we onze keuzes kunnen toeschrijven of onze fouten kunnen uitleggen. Juist het besef dat alles met elkaar verbonden is, leidt tot een onvermijdelijke conclusie: de mens kan zijn eigen handelen nooit volledig afschuiven op iets of iemand anders.

Niet op Jezus Christus. Niet op Mohammed of Mozes. Niet op de goden uit oude verhalen zoals Zeus en Hera. Niet op Baäl. En ook niet op hedendaagse figuren die voor velen symbool staan voor macht en invloed, zoals Elon Musk of Donald Trump.

Door de geschiedenis heen hebben mensen goden, helden en leiders gezocht om het onverklaarbare te verklaren. Ze zijn een weerspiegeling van onze menselijke behoefte aan houvast. Aan een antwoord wanneer we geconfronteerd worden met onzekerheid.

Maar misschien ligt de grootste menselijke ontdekking juist in het tegenovergestelde: dat het antwoord niet buiten ons gezocht hoeft te worden.

Dat wij zelf betekenis geven aan ons bestaan. Dat wij zelf bepalen hoe we omgaan met elkaar, met de natuur en met de wereld waarvan we deel uitmaken.

Misschien is dat wel de kern van het humanisme: niet wachten op een hogere macht die de wereld beter maakt, maar erkennen dat wij zelf de verantwoordelijkheid dragen om haar beter te maken.

De hemel weet hoe.

Maar misschien is het antwoord dichterbij dan we denken. Misschien zit het niet ergens boven ons, maar precies daar waar we altijd al gezocht hebben: in onszelf en in alles om ons heen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *